Boektip 6: Hoogbegaafdheid bij kinderen

hoogbegaafdheid bij kinderenVoor wie?

Voor ouders, leerkrachten en hulpverleners van kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong of (vermoedelijke) hoogbegaafdheid

Waarom lezen?

Veel ouders die vermoeden of ontdekken dat hun kind hoogbegaafd is, stuiten op onbegrip of vooroordelen vanuit de omgeving, hebben (opvoedings)vragen en zijn op zoek naar steun en herkenning. Over ‘heel slim zijn’ wordt vaak gedacht dat het ‘fijn en makkelijk’ is voor het kind, maar het kan veel moeilijkheden met zich meebrengen. Ik heb hoogbegaafde kinderen ontmoet die zich vervelen en onderpresteren op school, faalangst hebben ontwikkeld of gedragsproblemen laten zien in de klas of thuis, soms al op jonge leeftijd. Deze kinderen zijn erg gevoelig en zich vaak bewust van het ‘anders’ zijn dan leeftijdgenoten, waarmee ze soms zelfs worden gepest. Dit heeft veel invloed op hun sociale gedrag en zelfbeeld. Hoogbegaafdheid wordt soms echter niet of pas laat onderkend. Bij kinderen met psychische klachten of schoolproblemen die voor hulpverlening worden aangemeld, is er het risico dat eventuele (hoog)begaafdheid over het hoofd wordt gezien.

Gedegen kennis over hoogbegaafdheid is dus belangrijk. Er bestaan meerdere goede boeken over dit thema; een aantal zijn geschreven door ouders van hoogbegaafde kinderen met persoonlijke verhalen, waar veel ouders en kinderen zich in zullen herkennen. Het boekje ‘Hoogbegaafdheid bij kinderen’ is geschreven door twee experts op dit gebied, waaronder buitengewoon hoogleraar emeritus Franz Mönks. Het boek geeft een beknopt maar wel overzichtelijk beeld van hoogbegaafdheid en het beantwoordt daarmee een aantal veelgestelde vragen van ouders. Allereerst worden er vanuit de geschiedenis verschillende theorieën en modellen beschreven over het begrip hoogbegaafdheid. Ook informatief is het deel over de huidige definitie, factoren en kenmerken van hoogbegaafdheid. Dit theoretische gedeelte wordt afgewisseld met een levendige beschrijving van kinderen met opvallende vaardigheden, uitspraken of moeilijkheden op school of thuis.

Voor begeleiding van deze kinderen thuis en op school geven de auteurs vervolgens een aantal adviezen. Er worden algemene aanbevelingen gedaan over afstemming van het type onderwijs en van het leerstofaanbod, zoals versnelling en verrijking. Een centrale boodschap is dat het belangrijk is om een ontwikkelingsvoorsprong van een jong kind tijdig te signaleren en om bij de ontwikkelingsbehoeften van een kind aan te sluiten door middel van een stimulerende omgeving. Een (vermoedelijk) hoogbegaafd kind moet zich op zijn of haar eigen tempo en niveau kunnen ontwikkelen. ‘Het niet onderkennen, negeren of zelfs afremmen van leergierigheid kan een gezonde ontwikkeling belemmeren’, is de visie van de auteurs, waar ik me helemaal in kan vinden. Achterin het boek staan tot slot een aantal handige adressen, websites en opleidingsmogelijkheden voor mensen die zich willen specialiseren in hoogbegaafdheid.

Naar mijn idee zouden behalve geïnteresseerde ouders ook leerkrachten en jeugdhulpverleners dit vlot geschreven boekje moeten lezen. Hoogbegaafdheid komt namelijk bij ongeveer 2,5 procent van de kinderen voor. Passend onderwijs, met als uitgangspunt de mogelijkheden en de begeleidingsbehoefte van een kind, is voor elk kind belangrijk om zich goed te kunnen ontwikkelen, om gezien te worden in zijn of haar eigenheid, plezier te hebben op school en een positief zelfbeeld op te bouwen. Dat geldt ook zeker voor een hoogbegaafd kind!

Heb je een vermoeden van (hoog)begaafdheid bij je kind of wil je meer weten over onderzoek naar het intelligentieniveau van je kind? Klik dan hier dan voor meer informatie.