Boektip 11: Slaapklets! Dag- en nachtboek

Voor wie?
Kinderen die naar de basisschool gaan (eventueel met hulp van ouders).

Waarom lezen?
Schoolgaande kinderen maken een heleboel mee op een dag… Dit dagboekje van auteur Michal Janssen kan een kind helpen om zijn of haar hoofd leeg te maken en zo met een ‘opgeruimd’ en ontspannen gevoel te gaan slapen. Voor een kleuter kunnen sommige vragen nog moeilijk zijn (en dan is het nieuwe boekje ‘Slaapklets voor kleuters!’ wat meer geschikt), maar de inhoud van het boekje helpt een kind wel om meer over zijn gevoelens en gedachten te praten, wat een (jong) kind op eigen initiatief nog lastig kan vinden. In die zin kan het dus ook de communicatie tussen kind en ouders bevorderen over zijn of haar belevingswereld.

Het boekje is leuk en speels vormgegeven met simpele tekeningen. Elke dag kan een kind keuzes maken en aankruisen of het die dag verdrietig of juist blij was, of het kind gezond of ongezond gegeten heeft, of hij of zij druk of juist rustig was, enzovoorts. Ook staan er open vragen in die het reflectievermogen van kinderen nog meer helpen bevorderen, zoals: ‘Wat heb je vandaag gedaan waar je trots op bent?’, of ‘Waar wil je vandaag op mopperen?’ Bovendien staan er spelletjes in en oefeningen om beter te kunnen slapen, zoals yoga-oefeningen, letterspelletjes en spelletjes zoals een verhaaltje bedenken of met je handen schaduwen maken op de muur. Aanrader dus!

Er zijn nu ook andere variaties op dit boek, zoals ‘Relaxklets!’ (met meer yoga-oefeningen), ‘Vakantieklets!’ (voor op reis), ‘Familieklets!’ (voor het hele gezin), ‘Slaapklets deel 2 en 3’ (met andere vragen en opdrachten), enzovoorts. Zie hier.

Boektip 10: Kleuters die net iets meer kunnen

Voor wie?

Ouders en professionele opvoeders, zoals leerkrachten.

Waarom lezen?

Het nieuwe schooljaar is begonnen, daarom komt dit keer een boek aan bod over kinderen die met frisse moed (en hopelijk veel plezier) aan hun schoolcarriere gaan beginnen!

Het begeleiden van een kleuter dat vooroploopt op bepaalde gebieden kan best een uitdaging zijn voor ouders en kleuterjuffen of meesters. Ik ben blij dat er de laatste jaren steeds meer aandacht is voor de signalering van een ontwikkelingsvoorsprong bij een kind en voor zijn of haar specifieke behoeften. Elk kind zou zich op zijn of haar eigen tempo en niveau moeten kunnen ontwikkelen en dat geldt ook voor kleuters die bijvoorbeeld al veel meer interesse hebben in rekenen dan zijn of haar leeftijdgenootjes. Pientere kinderen kunnen zich soms ‘anders’ gaan voelen dan andere leerlingen, zich gaan vervelen of gaan onderpresteren, gedemotiveerd raken voor school, faalangst of psychosomatische klachten ontwikkelen, enzovoorts…. zelfs al in de kleuterklas! Elk kind ontwikkelt zich sprongsgewijs, maar een groot deel van het aantal ‘knappe kleuters’ blijkt een paar jaar later (hoog)begaafd te zijn en heeft dan soms steeds meer gedragsproblemen of aversie tegen school ontwikkeld door een gebrek aan (h)erkenning en een passende leeromgeving.

Het nieuwe boek ‘Kleuters die net iets meer kunnen; meer dan 400 tips voor kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong’ beschrijft ten eerste hoe je een ontwikkelingsvoorsprong bij een kind kunt herkennen en geeft heel veel praktische mogelijkheden voor differentiatie in de kleuterklas. De Vlaamse auteurs Ann Meersman en Kristin Stroobandt werken in het onderwijs en hun adviezen zijn dan ook erg inspirerend voor collega’s en ouders van een kind dat zich vlot ontwikkelt. Ze geven per speel- en leerhoek in de klas (zoals bouwhoek, tekenhoek, taalhoek, schrijfhoek, boekenhoek, enzovoorts) een arsenaal aan tips voor leuke, speelse, uitdagende ‘opdrachtjes’ en materialen voor een individueel kind of een groepje kinderen. Deze tips zijn natuurlijk thuis ook erg goed toe te passen!

Zo staan er ideeën in voor filosofische en verdiepende gesprekjes met het kind, een lijst met educatieve en coöperatieve spellen, tips voor ontdekkingen die het kind in zijn eigen laboratorium kan doen, kringspelletjes, kunstzinnige activiteiten, stappenplannen voor het maken van bouwconstructies… en ga zo maar door.

Het is dus een uitgebreid naslagwerk om af en toe eens open te slaan als je jouw eigen kind of een leerling in je klas iets nieuws en verrassends wil aanbieden. Het boek is dan ook zeker de moeite waard om in onze eigen ‘minibibliotheek’ voor ouders neer te zetten in de praktijkruimte!

Boektip 9: Inspiratieboek voor leuker en makkelijker opvoeden

Voor wie?

Voor ouders en professionele opvoedersinspiratieboek

Waarom lezen?

Tischa Neve is een kinderpsycholoog die o.a. bekend is van het tv-programma ‘Schatjes’ en die meerdere opvoedboeken heeft geschreven. Haar ‘Inspiratieboek voor leuker en makkelijker opvoeden’ is vrolijk en luchtig geschreven, maar bespreekt wel belangrijke, basale opvoedthema’s, zoals hoe je kunt zorgen voor meer contact en verbinding met je kind, hoe je je kind liefdevol kunt begrenzen en ontspannen kunt blijven in het ouderschap. De nadruk ligt op een positieve benadering, aandacht voor de behoeften van je kind en opvoeden vanuit samenwerking met je kind. Dat zijn thema’s die in onze praktijk ook regelmatig aan bod komen.

Haar ideeen zijn niet vernieuwend; de uitgangspunten en adviezen die in dit boek worden gegeven zijn veelal gebaseerd op verschillende bekende theorieen, methoden en boeken, zoals de Thomas Gordon-methode, oplossingsgericht opvoeden, onvoorwaardelijk ouderschap, Kids’ Skills en How2Talk2Kids. Tischa verwijst dan ook regelmatig naar andere boeken en websites. Het is dus vooral een verzameling van eerder beschreven opvoedideeen. Desalniettemin kan dit met recht een inspiratieboek genoemd worden. 🙂  Zo krijgen een aantal moeders en vaders de ruimte om hun persoonlijke opvoedaanpak te delen, zoals wat voor hen helpt als hun kind driftig is. Elke ouder of opvoeder kan herkenning vinden in de praktijkvoorbeelden, nieuwe inzichten opdoen en specifieke vaardigheden toepassen die hem of haar aanspreken. Dat geeft nieuwe ‘opvoedenergie’!

Het spreekt me ook aan dat Tischa open en kwetsbaar schrijft over de moeilijke momenten die ze zelf ervaart in de opvoeding van haar zoontje. Ze heeft dus als ‘deskundige’ geen opgeheven vingertje. Dit bevat de onderliggende boodschap dat er geen kind en geen ouder perfect is en dat het begrijpelijk is als je eens uit je slof schiet of je geduld op is, omdat je kind zoveel emoties bij je kan oproepen, omdat je batterij gewoon leeg is, omdat je in bepaalde patronen vastzit met je kind, omdat je te druk bent met je werk…. Dat dat heel menselijk is en dat opvoeden soms gewoon moeilijk is, is iets wat wij ook regelmatig bespreken met ouders die zich schuldig kunnen voelen over hun manier van omgaan met hun kind. Er is altijd een nieuwe kans om even stil te staan bij je eigen gevoelens, bij wat je niet meer wil en wat je graag juist wel zou willen en om vervolgens een andere weg in te slaan!

 

Boektip 8: Help! Mijn kind heeft faalangst

Voor wie?
Ouders van pubers met (vermoedelijke) faalangst. Ook een zinvol boek voor leerkrachten/ mentoren op basisscholen en middelbare scholen.

Waarom lezen?boek! Help mijn kind...faalangst
Faalangst komt veel voor bij jongeren: uit onderzoek blijkt dat ongeveer 1 op de 8 pubers tussen 10 en 13 jaar veel last heeft van faalangst. Dit boekje (90 pagina’s) geeft helder weer wat faalangst precies is en welke ‘soorten’ faalangst er zijn. Veel mensen hebben het volgende beeld van een jongere met faalangst: de jongen of het meisje is de hele dag door bezig met huiswerk en met leren om een zo hoog mogelijk cijfer voor een toets te halen en komt zeer gespannen over bij een toets. In dat geval is er sprake van een duidelijke actieve faalangst. Er zijn echter ook jongeren met passieve faalangst: ze ‘gooien met de pet’ naar hun schoolwerk, kletsen teveel in de klas, ze laten soms opstandig gedrag in de klas zien of ze kunnen zelfs gaan spijbelen. Deze jongen of dit meisje heeft na een aantal slechte cijfers namelijk het (zelf)vertrouwen verloren dat hij of zij nog goede cijfers kan behalen. ‘Opstandig gedrag’ van een kind komt vaak voort uit angst en onzekerheid. Herberd Prinsen laat dus zien dat het belangrijk is om eerst altijd goed te kijken naar de reden van bepaald gedrag van je kind. Daar sta ik helemaal achter!

De theorie in dit boek wordt afgewisseld met voorbeelden van jongeren, wat het boekje levendiger maakt. Ook worden er tips gegeven voor vragen die je kunt stellen aan je kind om de faalangst bespreekbaar te maken. Verder staan er concrete ontspanningsoefeningen en oefeningen voor meer zelfvertrouwen in het boek. Ik vind dat dit boek echter ook nadelen heeft. Er worden gezinstherapeutische theorieën als beïnvloedende factoren besproken, met termen als loyaliteit en roulerende rekening. Lezers die vooral op zoek zijn naar praktische tips, zullen sommige stukken dan ook ‘wollig’ en ‘droog’ kunnen vinden. Andere lezers zullen deze verdiepende teksten juist wel interessant vinden. Verder zijn de zinnen soms erg lang, wat niet altijd lekker leest. Ook wordt niet expliciet uitgelegd hoe een faalangsttraining op school meestal in zijn werk gaat. Ondanks deze minpunten kan ik het boek aanraden als je meer wil weten over faalangst.

 

Boektip 7: Mijn kind is hooggevoelig

Mijn-kind-is-hooggevoeligVoor wie?
Ouders, leerkrachten en hulpverleners van hooggevoelige kinderen

Waarom lezen?
Naar schatting is ongeveer 1 op de 5 kinderen hooggevoelig. Hooggevoeligheid ofwel hoogsensitiviteit is een persoonlijkheidskenmerk, maar het is geen eenduidig begrip met vaststaande criteria. In de kern houdt het in dat het centrale zenuwstelsel van hooggevoelige kinderen sterker is ontwikkeld dan bij andere kinderen. Daardoor komen indrukken en prikkels van buitenaf (zoals geluiden) bij deze kinderen intenser binnen en zijn deze kinderen zich sterker bewust van subtiele signalen of veranderingen in hun omgeving. Bovendien worden emoties door deze kinderen intenser beleefd dan door andere kinderen. Een rijk gevoelsleven hebben is een kwaliteit, maar het kan ook lastig zijn; deze kinderen kunnen daardoor snel overprikkeld en overstuur raken.

In dit boek van Ilse van den Daele en Linda T’Kindt worden de kenmerken van hooggevoeligheid uitgebreid beschreven. Ook komen de overeenkomsten en verschillen met bijvoorbeeld ontwikkelingsstoornissen zoals AD(H)D en autisme aan bod. Zo zijn kinderen met autisme ook zeer prikkelgevoelig en gevoelig voor veranderingen, maar hebben ze in tegenstelling tot hooggevoelige kinderen bijvoorbeeld moeite met het interpreteren van non-verbale communicatie en hebben ze veel minder verbeeldingskracht.

Ik heb gesprekken gevoerd met veel hooggevoelige kinderen en jongeren. Het is heel bijzonder hoe sfeergevoelig, fantasierijk, pienter en empathisch deze kinderen vaak zijn – zo herinner ik mij een meisje dat altijd onzettend zorgzaam was naar haar chronisch zieke zusje – maar ook hoeveel ‘last’ deze kinderen of anderen in het gezin kunnen hebben van het hooggevoelig zijn. Zo kunnen ze zich bijvoorbeeld schuldig voelen over de conflicten tussen hun ouders, veel ‘drukte in hun hoofd’ ervaren, piekeren of dromen over kleine zaken zoals een ruzie in de klas of grote zaken zoals verlaten worden, erg hoge verwachtingen van zichzelf hebben of angstig worden bij een kleine of grote verandering in hun leven, wat zich soms uit in boze buien. Een reactie van een kind op een overgangsfase (bijvoorbeeld van basisschool naar middelbare school) is vaak een reden van ouders om hulp te zoeken. Dit boek zou ouders dan tevens tot steun kunnen zijn; ik heb het dan ook al een aantal keer uitgeleend.

Hooggevoelige kinderen hebben extra veel behoefte aan veiligheid, vertrouwen in contact, begrip en erkenning van gevoelens zoals angst en boosheid – hoewel ik dat eigenlijk voor elk kind belangrijk vind – en daarvoor worden er in dit boek handige pedagogische tips aan ouders en leerkrachten gegeven. Verder wordt besproken hoe je een kind kunt helpen bij het versterken van een positief zelfbeeld en het ontplooien van creativiteit. Overigens is het boek ‘Leven met hooggevoelige kinderen’ van Susan Marletta-Hart ook aan te raden. Daarin staan bovendien handige (visualisatie)oefeningen voor kinderen.

Boektip 6: Hoogbegaafdheid bij kinderen

hoogbegaafdheid bij kinderenVoor wie?

Voor ouders, leerkrachten en hulpverleners van kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong of (vermoedelijke) hoogbegaafdheid

Waarom lezen?

Veel ouders die vermoeden of ontdekken dat hun kind hoogbegaafd is, stuiten op onbegrip of vooroordelen vanuit de omgeving, hebben (opvoedings)vragen en zijn op zoek naar steun en herkenning. Over ‘heel slim zijn’ wordt vaak gedacht dat het ‘fijn en makkelijk’ is voor het kind, maar het kan veel moeilijkheden met zich meebrengen. Ik heb hoogbegaafde kinderen ontmoet die zich vervelen en onderpresteren op school, faalangst hebben ontwikkeld of gedragsproblemen laten zien in de klas of thuis, soms al op jonge leeftijd. Deze kinderen zijn erg gevoelig en zich vaak bewust van het ‘anders’ zijn dan leeftijdgenoten, waarmee ze soms zelfs worden gepest. Dit heeft veel invloed op hun sociale gedrag en zelfbeeld. Hoogbegaafdheid wordt soms echter niet of pas laat onderkend. Bij kinderen met psychische klachten of schoolproblemen die voor hulpverlening worden aangemeld, is er het risico dat eventuele (hoog)begaafdheid over het hoofd wordt gezien.

Gedegen kennis over hoogbegaafdheid is dus belangrijk. Er bestaan meerdere goede boeken over dit thema; een aantal zijn geschreven door ouders van hoogbegaafde kinderen met persoonlijke verhalen, waar veel ouders en kinderen zich in zullen herkennen. Het boekje ‘Hoogbegaafdheid bij kinderen’ is geschreven door twee experts op dit gebied, waaronder buitengewoon hoogleraar emeritus Franz Mönks. Het boek geeft een beknopt maar wel overzichtelijk beeld van hoogbegaafdheid en het beantwoordt daarmee een aantal veelgestelde vragen van ouders. Allereerst worden er vanuit de geschiedenis verschillende theorieën en modellen beschreven over het begrip hoogbegaafdheid. Ook informatief is het deel over de huidige definitie, factoren en kenmerken van hoogbegaafdheid. Dit theoretische gedeelte wordt afgewisseld met een levendige beschrijving van kinderen met opvallende vaardigheden, uitspraken of moeilijkheden op school of thuis.

Voor begeleiding van deze kinderen thuis en op school geven de auteurs vervolgens een aantal adviezen. Er worden algemene aanbevelingen gedaan over afstemming van het type onderwijs en van het leerstofaanbod, zoals versnelling en verrijking. Een centrale boodschap is dat het belangrijk is om een ontwikkelingsvoorsprong van een jong kind tijdig te signaleren en om bij de ontwikkelingsbehoeften van een kind aan te sluiten door middel van een stimulerende omgeving. Een (vermoedelijk) hoogbegaafd kind moet zich op zijn of haar eigen tempo en niveau kunnen ontwikkelen. ‘Het niet onderkennen, negeren of zelfs afremmen van leergierigheid kan een gezonde ontwikkeling belemmeren’, is de visie van de auteurs, waar ik me helemaal in kan vinden. Achterin het boek staan tot slot een aantal handige adressen, websites en opleidingsmogelijkheden voor mensen die zich willen specialiseren in hoogbegaafdheid.

Naar mijn idee zouden behalve geïnteresseerde ouders ook leerkrachten en jeugdhulpverleners dit vlot geschreven boekje moeten lezen. Hoogbegaafdheid komt namelijk bij ongeveer 2,5 procent van de kinderen voor. Passend onderwijs, met als uitgangspunt de mogelijkheden en de begeleidingsbehoefte van een kind, is voor elk kind belangrijk om zich goed te kunnen ontwikkelen, om gezien te worden in zijn of haar eigenheid, plezier te hebben op school en een positief zelfbeeld op te bouwen. Dat geldt ook zeker voor een hoogbegaafd kind!

Heb je een vermoeden van (hoog)begaafdheid bij je kind of wil je meer weten over onderzoek naar het intelligentieniveau van je kind? Klik dan hier dan voor meer informatie.

Boektip 5: Baby in een droomritme

Baby Droomritme voorkantVoor wie?

Voor jonge ouders met een (soms of vaak) onrustige en moeilijk in- of doorslapende baby.

Waarom lezen? 

Dit boek kan waardevol zijn als je als jonge ouder wel eens of misschien heel vaak met je handen in je haar zit omdat je baby niet goed slaapt. Ik heb zelf ervaring gehad met een baby die moeilijk in- en doorsliep en toen was ook voor mij de ‘objectieve’ informatie uit dit boek een fijn steuntje in de rug. Er staat bijvoorbeeld informatie in over de slaapcycli van baby’s en de ontwikkeling van hun dag- en nachtritme.

Het is duidelijk dat auteur Stephanie Lampe dit boek heeft geschreven als ervaringsdeskundige. Ze schrijft op een betrokken, begripvolle en eerlijke manier. De ondertitel van dit boek is: ‘Het recept voor een blije baby tot 1 jaar’. Het woord ‘recept’ spreekt tot de verbeelding, maar vind ik echter niet passend, omdat het suggereert dat je wat kant-en-klare hulpmiddelen en trucjes toepast en hup, je baby gaat slapen. Dat is valse hoop. Elk kind en ook elke baby is uniek en heeft een eigen temperament en specifieke behoeftes, dus het is nu eenmaal – met veel liefde en geduld – uitpuzzelen wat werkt voor jouw baby. Die nuancering komt in het boek wel naar voren.

Er worden verschillende oorzaken gegeven voor onrustig gedrag en huilen en er worden op basis daarvan verschillende methoden beschreven om je baby (meer) ritme en regelmaat te bieden. Die kun je als leidraad gebruiken om je eigen gewenste methode te vormen, zoals inbakeren.

De auteur heeft wel een duidelijke visie – die ik deel – op de schade die wordt aangebracht wanneer je een jonge baby vaak en langdurig zonder aanwezigheid van een ouder laat huilen en ze heeft haar advies hierover op onderzoeksresultaten gebaseerd, hoewel ik de wetenschappelijke onderbouwing wat mager vind. Haar persoonlijke verhaal over haar kinderen kan herkenning geven en ‘ontschuldigend’ werken naar ouders: het ouderschap is voor velen wel eens zwaar, vooral als je een slaaptekort hebt opgebouwd!

 

Boektip 4: Leer kinderen omgaan met verandering, stress en angst

stress angstVoor wie?

Voor ouders die willen leren hoe ze hun kind kunnen begeleiden bij het herkennen en reguleren van emoties, zoals angst. Het is ook een zinvol boek voor leerkrachten, want een aantal oefeningen kunnen klassikaal worden gedaan.

Waarom lezen?

De ondertitel van dit boek luidt dat het een vrolijk en positief activiteitenboek is. En dat is het zeker, qua vorm en inhoud. Het boek bevat allerlei technieken vanuit cognitieve gedragstherapie, oplossingsgerichte therapie en mindfulness.

Wat mij er persoonlijk in aanspreekt, is dat kinderen hun verbeeldingskracht leren gebruiken bij het vinden van een oplossing voor problemen of het opbouwen van zelfvertrouwen, door middel van visualisaties, verhalen, spelletjes, ontspanningsoefeningen en tekeningen. Ook bevat het boek voor ouders een paar algemene opvoedadviezen en tips om kinderen voorlichting te geven over emoties. Daarnaast helpt het ouders aan de hand van een lijstje met vragen bewust te worden van hun eigen competenties, gevoelens en gedragingen, zoals: ‘Welke vaardigheden bezit ik om mijn kind te helpen?’, of: ‘Hoe ga ik zelf om met angst in mijn leven?’

Ik pak het regelmatig uit de kast om een werkblad te gebruiken met een kind. Zo is er het werkblad ‘Ik ben ik’ dat kinderen leert nadenken over hun kwaliteiten, door vanuit het perspectief van een ander te kijken. ‘Wat zou je beste vriend(innet)je over jou zeggen?’ Door dit op te schrijven, wordt het letterlijk zichtbaar en concreet voor een kind. Op een ander werkblad kan een kind een situatie tekenen waarop hij of zij vol zelfvertrouwen was. Dit kan helpen in spannende of onzekere situaties, zoals bijvoorbeeld een verandering van kamer of klas. Een boek vol handvatten dus!

 

 

 

Boektip 3: Relax Kids – Sprookjesmeditaties voor kinderen

Relax KidsVoor wie?

Voor alle kinderen die wel eens moeite hebben met de overgang van dag naar nacht.

Waarom lezen?

Kinderen doen de hele dag indrukken op. Veel kinderen zijn erg gevoelig voor alle prikkels uit hun omgeving en vinden het ‘druk in hun hoofd’. Net als voor volwassenen kan het voor kinderen een hele kunst zijn om de dag ’s avonds af te sluiten, naar hun ‘binnenwereld’ te gaan en tot rust te komen. In dit boekje staan korte sprookjesmeditaties die letterlijk tot de verbeelding spreken en een veilig en ontspannen gevoel oproepen bij het kind. Het kind visualiseert bijvoorbeeld dat het in de lucht vliegt en zijn of haar lichaam ontspant. Elk verhaaltje eindigt met een positieve affirmatie, zoals: ‘Ik ben vrij.’

Ik lees een kind wel eens zo’n verhaaltje voor aan het einde van een gesprek en vaak vindt hij of zij het fijn om dit thuis voort te zetten. Een knus bedritueel met papa of mama! Auteur Marneta Viegas heeft overigens nog meer meditatieboeken geschreven voor kinderen, zoals ‘De Wens Ster’ en ‘De Toverdoos’.

Boektip 2: How 2 talk 2 kids – Broers en zussen zonder rivaliteit

How2Talk2Kids Broers en Zussen

Voor wie?

Voor ouders die graag willen weten hoe ze onder meer met conflicten tussen hun kinderen kunnen omgaan.

Waarom lezen?

Dit is het vervolg op boektip 1. Dit is dan ook weer een leuk geschreven boek met veel tips en concrete voorbeelden aan de hand van striptekeningen. Het gaat over de manier waarop ouders hun kinderen kunnen begeleiden om beter met elkaar te communiceren en hoe broers en zussen zelf op een goede manier een conflict op kunnen lossen. Er worden bijvoorbeeld tips gegeven om uit de rol van scheidsrechter te stappen bij verwijten over en weer tussen de kinderen (“Hij pakte mijn speelgoed!”, “Nee, zij sloeg mij!”, enzovoorts). Ook wordt in het boek benadrukt dat het van belang is om elk kind in het gezin als een uniek individu te zien en te benaderen. Een erg praktisch en oplossingsgericht boek dus!